Love at first flight

Love at first flight

04:56. Ik staar naar het metershoge plafond boven me. Er waait een licht gure wind op de luchthaven. Gelukkig heb ik mijn trui aangetrokken. Om me heen liggen mensen te slapen, hun benen vaak net wat te lang voor de bankjes die het geheel opvullen. Zo nu en dan schrikt er iemand op van een stewardess die voorbij loopt, haar koffer ritmisch rollend over de stenen vloer. Ik bestudeer het gelaat van de persoon naast me. Volg hoe zijn voorhoofd geleidelijk overgaat in zijn neus. Er straalt een serene rust over deze man. Voor heel even besef ik dat we eigenlijk allemaal heel kwetsbaar zijn als we slapen. Ik vind het een mooi tafereel. Zo lijkt er toch nog ergens een vorm van onschuld te schuilen in de mens.

 

Slapen kan ik niet meer. Ik zit weer eens in een fase van overdenken. Dat overdenken varieert van mezelf afvragen uit hoeveel deeltjes het plafond van de luchthaven bestaat tot het denken aan hoe ik dingen anders had kunnen doen. Of ik dingen beter had kunnen afsluiten. Of ik het beter had kunnen afsluiten. Of dat ik de juiste keuzes heb gemaakt. Heel even schiet er een zenuwachtig gevoel door mijn maag als ik nèt iets te lang bij zo’n keuze stil blijf staan. Vlug laat ik het los.

 

Mijn gedachten dwalen langzaam weer af naar het plafond. Ik denk aan hoe we de laatste tijd met zijn allen de aarde en de mensheid intens aan het fucken zijn. En ik begrijp het niet. Ik denk aan Zaventem. En aan Barcelona. Zou ik bang moeten zijn, hier op deze luchthaven? Ik voel vreemd genoeg geen angst. Kijkend naar deze slapende menigte zie ik alleen maar rust en liefde. Een content gevoel; een tevreden glimlach.

 

Mijn blik valt op een stel van mijn leeftijd. Hij lag net te slapen, zij las een boek. Zonder dat ik er toestemming voor geef, bedenkt het creatieve stukje van mijn brein standaard een verhaal bij mensen die ik tegenkom. Hoe lang zouden ze al samen zijn? Zou zij zich druk maken om hele kleine stomme dingen en zou hij bij God niet weten hoe hij met haar om moet gaan als ze weer eens een emotionele bui heeft? Zouden ze ruzie maken om de afwas? En voor hoe lang zouden ze nog van elkaar houden?

 

Nooit zal ik het weten. En ook zij zullen het misschien nooit weten. Want dat is het leven. Je weet het nooit zeker. Alsof hij mij hoort denken, trekt hij haar naar zich toe en geeft haar een kus op haar voorhoofd. Haar gezichtsuitdrukking verandert. Die ene kus tovert een glimlach op haar gezicht en glinsters in haar ogen. Ik betrap mezelf erop dat mijn mondhoeken langzaam omkrullen tot eenzelfde glimlach. Liefde is mooi. Konden we dat maar vaker zien. 

Na de kort durende vlucht landen we in Brussel. Het stel passeert me terwijl we gezamenlijk richting de bushalte wandelen en de jongen geeft me kort diezelfde glimlach. En ik lach terug.

Misschien ben ik een moraalridder. Misschien jij ook. En misschien zouden we eens wat vaker stil moeten staan bij dit soort momenten. Want juist die kleine dingen? Die moeten we koesteren. Toch?



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *