Mijn gat en ik

Mijn gat en ik

Lekker weer, zo’n titel waarvan je denkt ‘what the heck Charlotte, waar ga je naartoe met dit verhaal?!’ Leuk vind ik dat. Maar ik zal je vlug uit je fantasiewereld halen.

 

Doe jij weleens boodschappen? Vast wel. Mijn ouders doen altijd heel slim en verstandig de weekboodschappen in één keer. ‘Dat scheelt namelijk in prijs,’ heb ik me laten vertellen. Ik geef ze groot gelijk, maar zelf ben ik er niet zo goed in. Dat komt mede doordat ik niet meer tot mijn beschikking heb dan een half uit elkaar gevallen omafiets, en ook omdat mijn leven nogal ongepland is de laatste tijd. Zo komt het meer dan eens voor dat ik wèl boodschappen doe voor een hele week, om vervolgens deze hele week buiten de deur te eten. De daaropvolgende maandag realiseer ik dan dat die penetrante lucht uit de gezamenlijke koelkast toch echt niet komt door mijn huisgenoten, maar door moi. Puntje waar ik aan moet werken. Maar goed, ieder zo zijn flaws.

Wat dus wel echt een dingetje is, is dat ik continu vergeet wat ik in huis heb. Mijn moeder is wat dat betreft echt een heldin. Die maakt voorafgaand aan het boodschappen doen een lijstje en koopt niets dubbel in. Nu is dat op zich niet zo heel erg bijzonder, maar ze heeft op de een of andere manier de kracht ontwikkelt om de hele Albert Heijn in gedachten door te wandelen en haar lijstje te maken op basis van de afdelingen. Op geografische volgorde, inderdaad. Die moeder van mij vliegt vervolgens met karretje en al door de winkel. Indrukwekkend, als je het mij vraagt. Als ik een lijstje maak en nadien in de Appie sta, dwarrel ik alsnog als een ongeleid projectiel rond. Eenmaal thuis aangekomen blijk ik, naast mijn zojuist aangeschafte pak pasta, nog zo’n 6 half aangebroken verpakkingen te hebben staan. Dat probleem heb ik ook met uien. Typisch van die kleine dingen waarop ik flink zou kunnen bezuinigen. En het wordt nog erger.

 

‘Zit je weer, de hele week aan de uiensoep met penne.’

 

Zo had ik vroeger een strepenfetisj. Je kon me uittekenen in een spijkerbroek met Allstars en een streepjesshirt. Nog altijd beschik ik over een flinke collectie streepjesshirts, streepjestruien en streepjesjurkjes. ‘Nooit. Genoeg. Streepjes.’ was mijn levensmotto. En zo kwam het dan ook geregeld voor dat ik in de Zara stond te staren naar een streepjesshirt en teruggefloten werd door vriendinnen. ‘Dat hèb je al’. ‘Ja maar, maar, maar, deze streepjes zijn nèt wat anders, snap je. Ik heb dit nódig. Dit verrijkt mijn leven namelijk echt op zo’n ander level dan al die andere shirtjes.’ Dus ja, dat. Ik kocht het. Droeg het vervolgens zo’n 2 weken. Waarna het op de stapel met al die andere shirts belandde die ik vervolgens toch niet meer droeg. Want ik had al zoveel.

 

Afgelopen zomer stond bij mij in het teken van uitgeven. Ik voelde me vaker dan eens leeg en rot en dacht dat ik mezelf gelukkiger zou maken door geld over de balk te smijten en het te besteden aan kleding, schoenen, interieur en de gekste feestjes. Het maakte me inderdaad blij, maar des te meer drong tot me door dat met name de materialistische zaken me maar voor heel even gelukkiger maakten. Een nieuw jurkje is maar 1 dag lang een nieuw jurkje. Na die dag belandt het jurkje bij je algehele collectie en is het bijzondere eraf. Hierdoor creëerde ik in een korte tijd een gevoelsmatige drang om nieuwe dingen te blijven kopen om het gelukkige gevoel te behouden. Newsflash: in the end voelde ik me alleen maar klote. Want het was nooit genoeg. En ik wilde alleen maar meer. En laten we eerlijk zijn: je portemonnee is geen bodemloze put. Het werd dus hoog tijd de crap te cutten. Of dat nu een werkwoord is of niet.

 

De laatste tijd ben ik mijn uitgavenpatroon gaan evalueren – lang leve de Grip app van die ene Nederlandse bank. Dit loopt uiteen van koffietjes en sapjes hier en daar tot de zoveelste broek en impulsaankoop. Lekker confronterend. Stap voor stap werk ik naar bewuster consumeren toe. Impulsaankopen doe ik niet meer – oké, bijna niet meer – en als ik iets graag wil, denk ik er een week over na alvorens ik het aanschaf. Vaak genoeg gebeurt het dan ook dat ik belachelijk graag een paar nieuwe schoenen wil aanschaffen, om er een week later niet eens meer aan te denken. Ideaal. Want heb ik het ècht nodig? Niet per se. En schijnbaar vond ik ze toch niet zo bijzonder. Ik zou hier bijna hashtag volwassen achter zetten. Ha. Mom can be so proud.

Bewuster consumeren a.k.a. ‘consuminderen’, is lang niet zo’n slecht idee. Naast dat het goed is voor je portemonnee, ga je ook creatiever om met hetgeen je wel hebt. Dat klinkt misschien als een kutcliché, maar is echt waar. Nina Pierson en Nicole Huisman bevestigen dit in de docu-serie Mini My life, waar ze 6 weken lang niets kopen en ontspullen en kijken wat het met ze doet. En dat doet stiekem meer met je dan je denkt. Ook ik heb besloten de uitdaging aan te gaan. 6 weken niets kopen. Behalve uien en pasta dan. Want dat ga ik namelijk nooit afleren, vrees ik.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *