We hebben een clubske opgericht

We hebben een clubske opgericht

06:25. De wekker rinkelt luid en moeizaam stap ik uit bed. Recentelijk heb ik de nare gewoonte ontwikkeld om te snoozen. Vreselijke kut gewoonte weer. Dat snoozen duurt namelijk geen 5 minuten zoals bij normale mensen, maar gewoon ècht tot het oprecht niet meer kan. Dat je er op het perron achterkomt dat je mascara hebt gesmeerd op 1 oog, dat soort praktijken.

Deze bewuste ochtend verbaas ik zowel mezelf als de wereld, door direct mijn bed uit te springen. Ik heb namelijk weer eens met mezelf een afspraak gemaakt om te gaan trainen. Ja joh Charlotte, alweer? Ja, alweer ja. Wat sporten aangaat ben ik een nog grotere jojo dan de gemiddelde Amerikaanse celebrity. Zo kan ik gerust tien weken leven op bekers Noodles en stokbrood met kruidenboter, om vervolgens 360 graden te draaien en te leven als een quinoa kut. In laatstgenoemde fase zitten we nu – met zo nu en dan valsspelen bij Mc Donald’s. Om de variatie erin te houden, kies ik elke fase een andere sport uit. Dat breekt zo lekker de week.

“69,9 kilo wegen is net zo psychologisch als het geldbedrag van 2,99. Het is gewoon nog nèt geen 3 euro, dus dan is het wel prima.”

Dit maal is het outdoor sportclubje aan de beurt. ‘Het sportclubje’, is eigenlijk iets waar ik vroeger altijd met plaatsvervangende schaamte naar keek. ‘Het sportclubje’ bestond in mijn optiek uit een stuk of 8 vrouwmensen van middelbare leeftijd met een kort pittig kapsel en net iets teveel lichaamsvel in een veel te strakke sportlegging. Dat sportclubje sportte vervolgens niet per se, maar had vooral geanimeerde gesprekken over de burenruzie met de tante van de neef van de broer van de beste vriendin van een kennis van die ene op de hoek.

Nu blijkt het sportclubje waar ik me voor de vorm bij heb aangesloten een stuk fanatieker te zijn. Zo was er een heus weegmoment aan het begin van de training. ‘Dan kun je zien of je vooruitgang hebt geboekt’. Het woord ‘confronterend’ dekt de lading hier totaal niet, kan ik je vertellen. Zo stond de teller van de weegschaal op 71.3 kilo. 71.3 kilo. Die drie cijfers achter elkaar deden me meer pijn dan ik in woorden kan omschrijven. Voor het eerst in mijn leven overschrijdt mijn lichaamsgewicht de magische grens van 70 kilo. En nu hoor ik je denken, waar de fuck zitten die kilo’s dan? Maar ik denk dat ik dat moet wijden aan de grootte van mijn hoofd. En anders gooi ik het erop dat ik gewoon hele zware botten heb. Ofzo. Hoe het ook zij, ik wil weer terug naar de 69,999999999. Psychologisch gezien klinkt dat dan toch beter.

“Welke flapdrol gaat er om 06:45 op vrijdagochtend fanatiek bootcampen?” 

Ik trek de voordeur achter me dicht en nog ietwat vermoeid verken ik de straat. Het is donker en ijskoud. Een enkeling beweegt zich formeel gekleed richting het Centraal Station, om de trein te pakken en vervolgens op kantoor zo’n 8 uur lang spreekwoordelijke plasjes over zaken te doen. Helemaal leuk. Met elke stap die ik zet, vraag ik mezelf des te meer af waarom ik dit ook alweer doe. Welke flapdrol gaat er dan ook om 06:45 fanatiek bootcampen?

Lichtelijk onwennig sluit ik me aan bij het sportclubje. Niet omdat ik socially awkward ben, maar omdat ik ongemakkelijk word van buiten sporten. Ik weet niet, ik trek het gewoon echt niet. Een tijdje terug ben ik de commitment met mezelf aan gegaan om te gaan hardlopen. Dat heb ik maar liefst 5 weken volgehouden – wat oprecht best wel impressive is – en als kers op de taart heb ik deelgenomen aan een hardloopwedstrijd. Ja, ik ja. Hard to imagine, ik weet het.

Hoe dan ook, dat buiten sporten zit me toch een beetje dwars. Ik weet dondersgoed dat je schijt moet hebben aan de mensen die jouw bezwete hoofd passeren op zo’n moment, want eigenlijk ben juist JIJ aan het winnen van het leven door te sporten. Bovendien is het voor hen intens confronterend om jou te zien terwijl zij 5 minuten later in pluchen onesie met regenbogen en eenhoorns een hele rol koekjes en 6 zakken chips wegkanen met Stranger Things op de achtergrond. Nu ben ik echter niet de meest charmante sporter die er bestaat. Zo loopt mijn hoofd maximaal paars aan en staat mijn gezicht standaard op onweer. Maar ik ben wel voor heel even aan het winnen van het leven. Dat is dan toch weer een klassiek gevalletje hashtag goals, als je het mij vraagt.

De bootcamp zelf bestaat uit 4 interval trainingen van 7 minuten waarbij de meest belachelijke oefeningen de revue passeren. Zo doen we op een gegeven moment een oefening wat in sportjargon ook wel de ‘bicycle crunch’ wordt genoemd. Bij crunches denk ik automatisch aan een stuk knapperige chocolade. Met van die gepofte rijst erin, weet je wel. Geloof mij, na afloop voel ik me verre van een stuk knapperige chocolade. Eerder een soort uit elkaar gevallen drilpudding. Maar goed, wie weet komt dat nog.

Of ik ondertussen na 3 weken de 69,999999999 weer heb aangetikt? Geen idee. Maar tot op heden voel ik me na zo’n training wel een beetje een baas. En mijn buik begint langzamerhand steeds meer op die knapperige chocoladereep te lijken. Dus. Laat die kerst maar komen.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *