Ja ik wil… een keer ‘nee’ zeggen

Ja ik wil… een keer ‘nee’ zeggen

Het is weer zo ver hoor. Ik heb mezelf onlangs gediagnosticeerd met een heuse Fear of Missing Out. Modeziekte nummertje zoveel. Gezelligheidsdier als ik ben, zeg ik vrijwel nooit ergens nee tegen. Zo is Charlotte present op elk feestje, sta ik elke vrijdagavond lallend in de kroeg, pak ik elk klusje wel op voor werk, vrienden, vriendinnen, en familie en zodra ik op vrijdagmiddag de werkweek adieu roep, ga ik een tweedaagse tegemoet vol lunches, koffiedates, borrels en sociale verplichtingen. Bovendien heb ik een huis met een huisbaas waar ik bergen huur aan doneer, maar ik ben nooit thuis. Heb je beeld? 

Nu ben ik altijd al wel zo’n bezige bij geweest. Tijdens mijn studie was ik een streber die keihard werkte voor de hoogste cijfers. Dat in combinatie met een sociaal leven als bovenstaand. Twee weken voordat de tentamenweek begon, sloot ik mezelf op mijn zolderkamer op om alle boeken en colleges met de hand samen te vatten en deze vervolgens mijn brein in te stampen. Mijn ouders konden de klok erop gelijk zetten wanneer ik mijn mental breakdown had. Vaste prik op zondagavond voor de start van het eerste tentamen. Jankend op de bank. Te veel. Te druk. Te onzeker.

‘Je kunt niet alles tegelijk, Charlotte’ zegt mijn therapeut.

Ik kijk haar beduusd aan en probeer mezelf een houding aan te nemen. Lukt voor geen meter. Tegenwoordig is het ontzettend cool om een therapeut te hebben. Quasi-nonchalant noem je ze voor de buitenwereld ook wel ‘coach’, maar wat mij betreft komt het allemaal op hetzelfde neer. Vraag me overigens ook al een tijd af waarom mensen dat toch doen. Misschien omdat het woord ‘coach’ klinkt alsof je geen problemen en gezeik hebt – hebben we uiteindelijk allemaal wel, duh. Hoe dan ook, ze zijn je levende praatpaal en soms is het ontzettend lekker om daar al je gal tegen te spuwen. Voorheen deed ik dat bij de kat, maar na verloop van tijd begon het me toch wel dwars te zitten dat het beest niets terug zei.

Hou toch op met dat ge-emmer

De eerste keer dat ik bij mijn levende praatpaal zat – ze heet geen Ans, maar zo noem ik haar wel – spraken we over emmers. Emmers? Hoe dan? Zal ik je uitleggen. Zonder te lachen. Ans vertelde me dat ‘wij mensen’ allemaal drie figuurlijke emmers hebben. De Emmer Van De Inspanning is de naam van emmer nummer 1. En inderdaad, deze typ ik expres met hoofdletters zodat het allemaal nét een stukje interessanter klinkt dan dat het eigenlijk is. Lijkt het net het begin van een bar slechte thriller. Hoe dan ook, je hebt er nog twee: eentje voor ontspanning en eentje waarvan ik de naam ben vergeten. Maar dat is niet per se belangrijk.

Zoveel indruk heeft Ans met haar emmers dus op me gemaakt.

Als je net als ik met je blijhoofd overal volmondig ‘ja’ op zegt, dan zorg je ervoor dat je die beruchte Emmer Van De Inspanning blijft vullen. Of je dat nu met water of wodka doet, laat ik hier geheel aan jou. Vervolgens heb je iets gepland staan om te ontspannen. Kan een verjaardag zijn, of een borrel. Als je voor die borrel geen tijd neemt om even samen met jezelf naar kattenfilmpjes te kijken of zo’n lange douche te nemen dat je na afloop 86 jaar ouder lijkt, gaat die borrel voelen als inspanning in plaats van ontspanning. Zit je weer jankend bij je ouders op de bank. Want ‘ik heb nooit *snik* tijd voor *snik* mezelf en *snik* ik moet *snik* zoveel’. Arme ouders.

#tijdvoorjezelluf is belangrijk

Je moet je voorstellen, dat ik het als ultieme sarcast ONTZETTEND lastig vind om met een relatief  onbekende vrouw met een serieuze noot over emmers te praten. Nu heeft Ans in het emmerverhaal daadwerkelijk een punt, even losstaand van de zweverigheid die het met zich meebracht. Mensen zijn namelijk niet puur introvert of extravert. Zelf ben ik meer van het kaliber ‘introverte extravert’. Zo kan ik prima gezellig en uitbundig doen, de lolbroek van de avond zijn en 36 nieuwe vrienden maken in een weekend, om daarna intens te snakken naar #tijdvoormezelluf. Maar dan ook écht alleen. Heeft niets met jou te maken. Je moet het alleen even van me weten.

Een paar weken geleden kreeg ik bijvoorbeeld een huilbui waarmee je gerust 6 derdewereldlanden van water kon voorzien. Je kent het wel, zo eentje waarbij je om een uur of 20:00 begint en de volgende ochtend opstaat met pad ogen waar je een heel vakantiepark op kunt bouwen. De reden waarom ik huilde? Ik liep naar het station en besefte halverwege dat ik mijn sleutelbos was vergeten. Ontzettend klein kut probleem. Maar op dat moment was dat nét even die druppel. Sneu, I know. Maar het luchtte wel op. Ondertussen weet ik dus hoe belangrijk het is dat je hier en daar ook een keertje ‘nee’ zegt. En dan ben ik een keertje niet bij dat ene feestje. Maar hoe erg is dat nu eigenlijk? Precies. Maar dan sta je tenminste niet op met pad ogen.



1 thought on “Ja ik wil… een keer ‘nee’ zeggen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *