Vallen en opstaan, de musical

Vallen en opstaan, de musical

Langzaam open ik mijn ogen en ik kijk hem recht aan. Of nou ja, zo recht als ik kan. Hij heeft die blik weer. Die blik die ik bij iedereen zie als het weer is gebeurd. Het is een combinatie van pure wanhoop, angst en medeleven. Ik haat die blik. Hij realiseert zich dat ik langzaam ontwaak uit mijn roes en begint voorzichtig tegen me te praten. ‘Je hebt weer een aanval gehad, lief,’ hoor ik hem voorzichtig tegen me zeggen. Ik veeg het restje bloederig slijm van mijn wang en kijk hem met grote ogen aan. De zin dringt nog niet helemaal tot me door. Waarom duurt het toch zo fucking lang voordat ik weer als een normaal mens kan reageren?

Aarde aan Charlotte

Al zo’n zes keer heb ik geprobeerd op te staan. Elke keer houdt hij me tegen, omdat hij weet dat ik beter even kan blijven liggen. Toch ben ik op dit soort momenten zo. intens. koppig. – nog koppiger dan normaal gesproken, kun je nagaan – en blijf ik kracht zetten om te gaan staan. Na een aantal keer tevergeefs proberen geeft mijn lichaam het op en blijf ik liggen. ‘Zal ik je moeder bellen?’ Ik knik ‘ja’ en realiseer me dat ik nog steeds geen woord heb uitgebracht. Praten kost op dit moment toch nét iets teveel energie. Bovendien heb ik zo hard op mijn tong gebeten dat ik waarschijnlijk niet veel charmanter klink dan de gemiddelde dronken tiener op zaterdagavond. Beter niet doen, dus. Ik luister op de achtergrond naar mijn vriend die mijn moeder telefonisch inlicht over wat er zojuist gebeurd is. Steekwoorden vang ik op. Gevallen in het toilet. Bloed op de grond. Ik vond haar op haar buik. Is het weer zo ver? Zodra ik mijn moeder zelf aan de lijn krijg, begin ik te huilen. ‘Het is weer zover, mam’.

De allereerste keer dat het gebeurde, was ik een jaar of zeventien. Ik ging stappen met een aantal vriendinnen en vrienden tijdens een verjaardagsfeestje en er was niets aan de hand. Tot het moment dat ik wakker werd in een donker steegje met een aantal van die vrienden om me heen. Die blikken stonden gelijk aan elke blik die ik zie na afloop. Intense bezorgdheid en angst. Eén van de mensen in het steegje duwde continu een flesje cola in mijn handen. Op dat moment zat ik in mijn ‘wat-doen-jullie-allemaal-raar-tegen-me-want-er-is-niks-aan-de-hand-fase’. Tijdens deze fase ben ik vrij vervelend en koppig.

Ik bleef de cola maar afwijzen en ben uiteindelijk bij mijn ouders in de auto gestapt op weg naar de huisartsenpost. ‘Misschien heeft er GHB in haar drankje gezeten,’ concludeerde de dienstdoende arts. Met deze informatie zijn we naar huis gegaan. Totdat het een maand later weer gebeurde en ik op de spoedeisende hulp belandde. Een diagnose werd officieel gesteld. ‘Aangeboren epilepsie,’ luidde deze. Klinkt een beetje als een pasgeboren eland. Maar dat is het niet. Al sta ik er na afloop vaak wel zo bij.

Shake it like a polaroid picture

Ik kreeg medicatie voorgeschreven en ging een aanvalsvrije periode tegemoet van 3 hele jaren. Hierin haalde ik mijn rijbewijs en verbleef ik twee maal een half jaar in het buitenland. Helemaal alleen. En dat ging goed. Super goed, zelfs. Zo leefde ik eigenlijk tóch nog een leven als iedere doodgewone student, waarin ik ook naar feestjes kon en ook gewoon kon studeren. Na die drie jaar sloop de epilepsie langzaamaan weer terug in mijn dagelijks leven. Wat startte met 1 keer per jaar kortsluiting in het brein omdat ik teveel hooi op mijn vork had genomen, resulteerde in 4 aanvallen in anderhalve maand tijd. Tijdens zo’n aanval verlies ik mijn bewustzijn compleet en er komen uiteraard ook de nodige schokken bij kijken. De ene keer iets meer dan de andere keer. Daar breng ik schijnbaar toch nog wat variatie in aan.

Dus, hier zitten we weer. Als een halfdood vogeltje op de bank. Dit maal met een lichte hersenschudding en een ei op mijn achterhoofd, omdat ik mezelf zonder enige weerstand tegen de grond van het toilet heb gesmeten. Het meest verschrikkelijke vind ik nog dat ik mijn omgeving onwijs laat schrikken. Ik kan me zo voorstellen, dat het niet per se een gezellig aanzicht is. Nu kan ik er zelf vrij weinig aan doen en is het nog niet te genezen of volledig te voorkomen. Hoe jammer dat ook moge zijn en hoe klote het ook is om gerust een aantal dagen na afloop off the radar te zijn, het went. Of ik bang ben dat ik er niet meer uit kom? Dat niet. Ondanks dat het me soms keihard in de steek laat, vertrouw ik hierin voldoende op mijn eigen lichaam. Hoe gek dat soms ook klinkt.

Samen met mij zijn er volgens de Hersenstichting nog zo’n 181.699 anderen met een officieel vastgestelde diagnose. Groot, klein, jong en oud. Alleen ben ik er dus niet in, wat me enigszins geruststelt. Mij krijgen ze in elk geval niet zomaar klein. Dat je het even weet.



3 thoughts on “Vallen en opstaan, de musical”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *