Wij. Zijn. Zwanger!

Wij. Zijn. Zwanger!

Grapje, dat is absoluut niet waar. Je schrok hè? Fijn, dan heb ik in ieder geval je aandacht.

Alvast belangrijk om te weten: mocht ik ooit op een dag wél zwanger zijn, dan zul je mij NOOIT, maar dan ook NOOIT, in de wij-vorm horen praten. Er lopen namelijk nu al rillingen over mijn rug bij de gedachte alleen al. “Nee Angelina, JIJ bent zwanger. JIJ wordt dik, JIJ bent de komende maanden een ongezellige hormonale heks die kaasblokjes met Nutella en chilisaus in je mond propt en JIJ zult dat wezentje toch écht zelf uit moeten persen. Dan is er ineens geen wij meer hè???”

Bovendien zou ik de bom ook niet op deze manier bij je droppen; dat wordt uiteraard een volledig uit de hand gelopen project X babyaankondigingsvlogoverhoegezegendWIJonsvoelendat WIJzo’nwezentjeopdezeaardbolmogenzetten #instamom #blessed. Ook dit is weer een grapje; just so you know.

Zet al je geld in op Charlotte!!!

Nu was het overigens niet eens zo heel vreemd en onverwacht geweest als het wél zo was – en nu spreek ik even namens mensen die mij vrijwel dagelijks meemaken. Op kantoor hebben ze namelijk al hun geld op mij ingezet als eerstvolgend hormonaal slachtoffer. En ik kan niet anders dan toegeven dat dit een vrij logische inzet is.

Voor de mensen die het niet weten: ik werk bij een bedrijf vol twintigers, met her en der wat lichte uitschieters. Die lichte uitschieters lanceren momenteel baby’s als paddenstoelen in de herfst de wijde wereld in. En ik, Charlotte Koopmans, ben hier onwijs gevoelig voor. Er hoeft maar één collega langs te komen op kantoor om zijn of haar baby te showen, en ik smelt compleet weg. Mijn eierstokken klapperen op dat moment op standje trilplaat. En dat is gevaarlijk. Heel. Gevaarlijk. Want ik sta vervolgens met diezelfde klapperende eierstokken vriendlief te smeken of wij niet ook zo’n gezellig klein hummeltje op de wereld kunnen zetten. Gelukkig gaat ‘ie daar niet op in. Ook ík weet namelijk diep van binnen dat ik daar eigenlijk nog helemaal niet klaar voor ben. Maar toch. Ze zijn zo schattig hè???? Totdat je dit tegen een stel ouders zegt en de reactie krijgt “nou haha zo schattig is ‘ie niet hoor als ‘ie ’s nachts de hele buurt bij elkaar schreeuwt en je de volgende ochtend doodleuk onder pist”. Ok. Laat maar zitten dan.

Momenteel lanceert iedereen in mijn omgeving baby’s als paddenstoelen in de herfst de wijde wereld in. En dat is gevaarlijk. Heel. Gevaarlijk.

Een hele nieuwe catsperience

Wat ik daarentegen ook al weken, maanden, jaren wil, is een kat. Team hond haakt nu waarschijnlijk al bijna af bij het lezen van dit verhaal, maar ik wil ook even benadrukken dat ik honden óók heel erg leuk vind. Lees je dan toch nog even mee?

Enfin, een kat dus. Vriendlief wilde absoluut geen kat; überhaupt was er geen enkel beest welkom in huis. Want, schrijf je mee: “Dat beest maakt alles kapot! Ik ga die zooi echt niet opruimen! En wat nou als we op vakantie gaan dan, hè? Hoe zie je dat voor je??? En ik ga echt die kattenbak niet verschonen hoor! Weet je wel hoe lang zo’n beest leeft? Dat gaat minimaal 15 jaar mee hè? Dat beest maakt alles kapot!” — “dat zei je al schat”).

En raad eens wat WIJ nu hebben? WIJ hebben een kat!!!! En raad eens wie er het meest met het beestje ligt te spelen en knuffelen? Niet ik kan ik je vertellen!!!!

Voor de mensen die nu denken “omg ik wil ook een kat/hond maar ik krijg mijn vriend/vriendin/man/vrouw/tinderdate niet zo ver,” het is dus écht mogelijk (al zou ik het bij je tinderdate toch ten zeerste afraden, maar het is jouw leven dus doe je ding). Een half jaar geleden was de reactie van vriendlief zoals bovenstaand (even in de herhaling zoals ze dat bij voetbalwedstrijden ook doen: “Dat beest maakt alles kapot! Ik ga die zooi echt niet opruimen! En wat nou als we op vakantie gaan dan, hè? Hoe zie je dat voor je??? En ik ga echt die kattenbak niet verschonen hoor! Weet je wel hoe lang zo’n beest leeft? Dat gaat minimaal 15 jaar mee hè? Dat beest maakt alles kapot!” — “dat zei je al schat”). Drie maanden geleden zaten we al op een voorzichtige “Aah, is eigenlijk toch wel leuk hè, zo’n beestje”. Drie weken geleden was het meneer zelf (!) die de advertentie op Marktplaats ontdekte en mij aankeek met zijn klapperende mannelijke eierstokken. En zo geschiedde. We hebben dus nu een kitten.

Het ‘zoveel weken oud’ syndroom

Het is een Ragdoll, wat het equivalent is van ‘een tientonner van een fluffy beer als ‘ie later groot is’ (lees: binnen een maand of 4). Momenteel is het nog een kleintje van 15 weken oud. En ik haat mezelf voor het feit dat ik dat zeg. Om deze uitspraak verder toe te lichten, gaan we weer even terug naar baby’s.

Zodra mensen zwanger worden, is het in eerste instantie (of hopelijk die hele zwangerschap) één grote roze wolk. Ook daarna zet die trend als het goed is door. Maar er verandert een hoop. Zo word je dus inderdaad dik, krijg je ineens vethopen op plekken waarvan je niet wist dat je ze had, de meesten eten ook ineens belachelijke dingen en ze gaan vanaf dat moment alleen maar praten in weken. Voornamelijk dat laatste vind ik echt bloed- maar dan ook bloed irritant. “Mijn zoontje is 12 weken oud”; pls stahp. Drie maanden is ‘ie. Drie maanden.

Er zal waarschijnlijk een goede reden voor zijn, dus begrijp me niet verkeerd en voel je vooral niet aangesproken. Iemand is daar tenslotte ooit mee gestart en het zal vast te maken hebben met piekmomenten in de groei van de baby, maar heb je énig idee hoeveel moeite het me kost om weken door te rekenen naar maanden??? Ik moet zelfs nog op mijn knokkels tellen hoeveel dagen de maand november heeft (net gecheckt, het zijn er 30. Voor de zekerheid nog even gegoogeld, want je weet het maar nooit.)

Het erge van alles is dat ik het nu met dit kleine beestje ook doe. Zo betrapte ik mezelf erop dat, wanneer mensen vragen hoe ‘ie heet en hoe oud ‘ie is, het volgende met een grijns van oor tot oor zeg: “Hij heet James en hij is 15 weken oud, dus ongeveer 3,5 maand”. Gelukkig corrigeer ik mezelf dan weer wel. Win-win: Jullie hoeven het niet door te rekenen, en ik leer eindelijk hoe ik zélf moet rekenen.

Even de balans opmaken

Of vriendlief gelijk had wat betreft een kat? Daarvoor gaan we weer even naar de voetbalwedstrijd herhaling: “Dat beest maakt alles kapot! Ik ga die zooi echt niet opruimen! En wat nou als we op vakantie gaan dan, hè? Hoe zie je dat voor je??? En ik ga echt die kattenbak niet verschonen hoor! Weet je wel hoe lang zo’n beest leeft? Dat gaat minimaal 15 jaar mee hè? Dat beest maakt alles kapot!” — “dat zei je al schat”. Bij deze mijn antwoorden:

  • Hij heeft nog niets kapot gemaakt (“NOG niet nee” — shh);
  • We ruimen samen (ja echt!) de rotzooi op;
  • Vriendlief maakt zelfs de kattenbak schoon (trots);
  • We hebben al oppas opties voor vakanties (nog meer gegadigden?)
  • Fantastisch om nog minimaal 15 jaar van het beestje te kunnen genieten;
  • Hij heeft nog niets kapot gemaakt (“ja, jij zei het twee keer, dus dan krijg je ook twee keer antwoord”);

Dus, ik kom er maar gewoon eerlijk voor uit: WIJ hebben een kitten en hij is 15 weken oud.



4 thoughts on “Wij. Zijn. Zwanger!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *